INNERLIJKE – VERNIETIGENDE – KRACHT II

Koen Scharrenberg

Als vervolg op zijn gast column legt Koen Scharrenberg graag uit hoe we als mens in potentie allemaal de innerlijke kracht hebben om honkbalknuppels te breken. Wanneer je dit leest en daarbij in je achterhoofd houdt dat het ook een metafoor zou kunnen zijn voor je mentale innerlijke kracht, verrijk je zowel je lichamelijke als geestelijke kracht!

Breektechnieken: hoe en waarom …

Het menselijk lichaam is allesbehalve gebouwd voor het kapot slaan en schoppen van hout, steen en ijs. We zijn niet uitgerust met een stalen frame, maar met een fragiele botstructuur die nogal eens de neiging heeft te breken onder te grote belasting. Een voorbeeld: in onze  handen alleen al bevinden zich maar liefst 54, door pezen en spieren aangestuurde botten en botjes. Ideaal om dingen mee op te pakken, voorwerpen te verplaatsen, kleine en precieze bewegingen te maken, te schrijven, typen, piano te spelen – en zo meer. En aangestuurd door een uiterst complex systeem van zenuwen, dat op zijn beurt weer wordt gecontroleerd door de hersenen. Iedere arts (of weldenkend mens) zal beamen dat handen en voeten  (52 botjes!) eigenlijk niet geschikt zijn voor het breken van hout, steen en ijs. Zoals een cynische orthopeed fijntjes opmerkte: “als de Schepper had gewild dat we onze handen gebruikten voor het kapot slaan van materiaal had hij ons wel hamers gegeven in plaats van grijpertjes …”

Lastig en gecompliceerd, maar dit betekent niet dat het onmogelijk is – zo blijkt uit de vechtsportpraktijk ….

Hoe werkt het?

Iedere beweging bevat energie, meestal betiteld als kinetische energie. Hoe explosiever een techniek wordt uitgevoerd, dus hoe sneller ook, des te harder hij aankomt. De basisbeginselen voor het uitdelen van harde stoten en schoppen zijn: afstand, energie, massa en snelheid. Tenslotte komt daar nog ‘focus’ bij: precies en in een zuivere beweging raken waar je wilt raken.

Een beweging bevat dus kinetische energie die de kracht van de impact bepaalt. Het belangrijkste is: alleen wanneer de karateka ‘in shape’ is, kan hij de blokken ijs, stukken hout en stenen te lijf gaan. En natuurlijk ook een lichaam: want de breektechniek geldt als – onder ideale omstandigheden – dodelijk ….

Waarom breekt iets?

Sterk versimpeld gesteld, vanuit de bewegingsmechanica: elk materiaal heeft een ‘breekindex’. Dat wil zeggen: er is een bepaalde hoeveelheid (kinetische) energie voor nodig om te zorgen dat het breekt. Dus als een plank een breekindex van 100 heeft (eenvoudig voorgesteld) en de stoot een kinetische energie van 101, zal de plank (net) breken als hij wordt geraakt. Bedraagt de ‘hoeveelheid’ kinetische energie van de stoot 150, dan vliegt ie er doorheen alsof de plank van boter is. De allereerste keer dat iemand iets wilt breken blijft het dus afwachten … Op zich ligt het wel voor de hand: materiaal als steen en hard hout (honkbalknuppels, eiken planken etc.) is veel lastiger te breken dan bijvoorbeeld het bekende gasbeton. Maar voor elke breektest geldt: de techniek moet goed worden uitgevoerd, maar aan een andere voorwaarde dient zeker te worden voldaan: een sterke mentaliteit.

Geestelijke kracht

De angst voor blessures vormt de grootste belemmering. Een karateka mag niet twijfelen, omdat dit altijd effect heeft op de kracht en impact van de stoot, klap of trap: wie aarzelt houdt zich in. Bij het breken van steen, hout en ijs is dat natuurlijk funest en in de praktijk dus oorzaak van gebroken handen en benen, breuken in andere botten, kneuzingen en ‘gewone’ verwondingen. Concentratie is een voorwaarde: de geest ‘leeg’ maken en energie verzamelen, waarbij een vechtsporter zich nog maar focust op één enkel punt: waar je raakt en waar je doorheen moet. Iemand die een breektest doet legt dan ook in gedachten het eindpunt van de beweging achter het materiaal dat hij wil breken.

Geen poespas

Geen bovennatuurlijke poespas dus. Maar wel zijn veel trainingsarbeid en zelfkennis vereist; grote lichaamsbeheersing en de kunst om energie om te zetten in kracht en impact. De kunst van ‘tameshi-wari’ wordt dan ook door een selecte groep karateka echt goed beheerst. Dat is prima, want breken op zich is dus geen doel in de vechtsport, alleen een middel om fysieke en psychische kracht te testen. Elke echt goed geoefende vechtsporter kan een honkbalknuppel doorschoppen of hout met zijn elleboog of vuist versplinteren. Maar waarom zou je, vragen velen zich af? En als ik voor zo’n opgave in een tv-show sta, kan ik ze alleen maar heel erg gelijk geven.

Benieuwd naar Koen zijn boeken? Kijk dan hier!
E
nthousiast geworden en geen gast blog meer willen missen? Schrijf je dan vandaag hier nog in voor Power Post en ontvang maandelijks een goede dosis empowerment in je eigen mailbox! 

Facebooktwitterlinkedinyoutubeinstagram

Geef een reactie